Zoals bekend treedt naar verwachting op 1 juli 2008 de Wet ruimtelijke ordening (Wro) in werking. Naar eveneens bekend mag worden verondersteld is in Hoofdstuk 6 een aangepaste planschaderegeling opgenomen.
Hieronder worden in hoofdlijnen de belangrijkste wijzigingen die zullen optreden behandeld.
1. In artikel 6.2 Wro is bij indirecte planschade een forfaitair normaal maatschappelijk risico opgenomen van 2% van de waarde van een onroerende zaak of van het gederfde inkomen. In relatie tot de schadeveroorzakende overheid blijft dit deel van de schade voor rekening van de gelaedeerde. Met vorenstaande dient nu al rekening te worden gehouden bij het opstellen van planologische risicoanalyses voor wat betreft planologische wijzigingen die rechtskracht verkrijgen na de wetswijziging.
2. Op dit moment is er discussie met betrekking tot de vraag waneer de wettelijke rente ingaat bij toekenning van de schadevergoeding. Naar mijn mening is dat onder het huidige regelgeving de datum waarop het drempelbedrag op de rekening van de gemeente is bijgeschreven, omdat eerst in die situatie sprake is van een ontvankelijke aanvraag. In het komende recht is in artikel 6.5 Wro bepaald dat de wettelijke rente ingaat op de datum van ontvangst van de aanvraag.
3. De planschadeprocedure wordt deels geregeld in Afdeling 6.1 van het nieuwe Besluit ruimtelijke ordening. Bij gemeentelijke verordening dienen deze regels te worden aangevuld.
4. Ook met betrekking tot de maximale invulling van het oude en nieuwe planologische regime gaat een en ander veranderen. Een en ander is ook nu al van belang voor planologische risicoanalyses, die betrekking hebben op planologische wijzigingen die na de wetswijziging in werking gaan treden.
a. Binnenplanse vrijstellingen dienen thans in het kader van de maximale invulling in beginsel te worden meegenomen, als waren zij uitgeoefend. Na de wetswijziging zijn ontheffingen (binnenplanse vrijstellingen) een zelfstandige titel voor schade.
b. Een en ander geldt ook voor uitwerkingsplannen. Thans zijn zij geen zelfstandige titel voor schade. De uit te werken bestemming in het moederplan is titel voor schade. Na de wetswijziging zijn zij wel een zelfstandige titel voor schade.
c. Voor wijzigingsplannen verandert er in dit opzicht niets. Thans zijn zij een zelfstandige titel voor schade. Ook na de wetswijziging kan eventuele planschade eerst ontstaan na uitoefening van de wijzigingsbevoegdheid.
d. Met betrekking tot nadere eisen moet het op basis van de huidige jurisprudentie voor juist worden gehouden, dat de bevoegdheid van het college om nadere eisen te stellen onvoldoende is om in de weg te staan aan de maximale mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt, alleen al omdat het een discretionaire bevoegdheid betreft met een zekere beleidvrijheid ten aanzien van de toepassing daarvan. Na de wetswijziging is een nadere eis een zelfstandige titel voor schade.
5. In artikel 6.3, onder b is bepaald dat burgemeester en wethouders bij de beoordeling van de aanvraag de mogelijkheden betrekken die de aanvrager had om de schade te beperken of te voorkomen. In dat kader merk ik op dat het onder het huidige recht niet relevant is of aanvrager ook bezwaar heeft gemaakt of zienswijzen heeft ingediend tegen de vermeende schadeveroorzakende planologische maatregel. Onder het nieuwe recht zou dit mogelijk wel van invloed kunnen zijn op toekenning van een tegemoetkoming in de schade.
6. In Artikel 9.1.18 van de ontwerp invoeringswet is een overgangsbepaling opgenomen, die met zich mee brengt dat op aanvragen ingediend voor de inwerkingtreding van de wetswijziging het oude recht van toepassing blijft. Voor aanvragen om schadevergoeding die daarna worden ingediend geldt, dat het nieuwe recht van toepassing is, behalve indien het planologische maatregelen betreft die voor 1 september 2005 in werking zijn getreden. Op deze aanvragen blijft het oude recht van toepassing. Voor aanvragen ingediend na de inwerkintreding van deze wet die betrekking hebben op schade die vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet is ontstaan geldt artikel 6.2, tweede lid, van de Wet ruimtelijke ordening niet (forfaitair normaal maatschappelijk risico).